Sneak peek uit hoofdstuk 1 van Geen Sterk Verhaal Over Spiergroei

Vandaag lees je de eerste sneak peek uit mijn nieuwe boek geen sterk verhaal over spiergroei. Deze is momenteel in de pre-productie fase en zal naar verwachting halverwege december verkrijgbaar zijn tijdens een fantastisch voorverkoop spektakel. Houd daarvoor mijn Instagram goed in de gaten.

Het eerste hoofdstuk van geen sterk verhaal over spiergroei gaat over de anatomie en fysiologie voor spiergroei. Daarin kijken we als het ware met een microscoop naar de spieren en zoomen steeds iets dieper in. In dit hoofdstuk lees je vooral hoe een spier werkt en waarom deze uiteindelijk zal groeien. Deze week verschijnt ook de complete inhoudsopgave van hoofdstuk 1 online en dan weet je precies wat je kunt verwachten. Zie het als het fundament van jouw begrip om uiteindelijk effectiever en doelgerichter te trainen. Hoofdstuk 1 is tevens het lastigste hoofdstuk uit het boek en is iets technischer geschreven. Als je onderstaande tekst goed begrijpt, dan weet ik zeker dat je het boek heerlijk vindt lezen.

Waarom en hoe reageren we op krachttraining?

Heb je jezelf wel eens afgevraagd waarom je gespierder wordt als je jezelf aan een (goed) schema houdt? En kom je tijdens het beantwoorden van die vraag wel echt tot de kern, namelijk de communicatie in en rondom de cellen die daadwerkelijk een transformatie ondergaan? Of blijft jouw antwoord steken bij het bekende “omdat je het lichaam steeds meer uitdaagt door het volume of gewicht te verhogen”, of iets dergelijks. Wat helemaal geen slecht antwoord is overigens. Het antwoord hoe spiergroei precies werkt en welke prikkels je het lichaam kunt geven om tot adaptatie over te gaan, staat centraal in het tweede hoofdstuk. Nu maken we kort een uitstapje naar het diepste deel van de cel. Daar waar signalen verstuurd en ontvangen worden.

Laten we eenvoudig beginnen met het volgende voorbeeld. Je loopt door een park heerlijk in de zon en ziet dat er een voetbal jouw kant oprolt. Je merkt snel op waar die bal vandaan komt en trapt hem daarheen. Daarna loop je rustig verder, maar nu hoor je plots een harde knal en geschreeuw dicht achter je. Zonder na te denken trek je een sprintje en kijk je achterom. Deze dingen doe je natuurlijk niet zomaar. Via jouw zintuigen ontvang je informatie van de omgeving. Je ziet de bal op je afkomen en lokaliseert waar deze vandaan komt en hoort de knal en het geschreeuw. Het zenuwnetwerk en specifieke organen verzamelen deze informatie en zenden via het zenuwstelsel en hormoonstelsel (endocrien systeem) orders door. Daardoor schiet jij de bal terug, begin je met rennen na het horen van de knal en versnelt je hartslag. Dit hoef je allemaal niet bewust te doen, want deze interactie tussen informatieverzameling en actie gaat vliegensvlug.

Zo’n specifiek systeem moet er dus ook zijn op spierniveau, want het reageert op krachttraining, bijvoorbeeld door middel van hypertrofie (spiergroei). Het mooie is dat alleen de spieren groeien die je daadwerkelijk traint, zonder merkwaardige groei in de niet-getrainde spieren. Vandaar dat de groeirespons op krachttraining niet zomaar het gevolg is van factoren zoals hormonen22. Of je nu veel of weinig testosteron hebt, alleen de getrainde spieren zullen groeien. Dat is tevens het bewijs dat er een hoog specifiek communicatiesysteem op celniveau moet zijn. Het concept van het communicatieproces bestaat (zeer) vereenvoudigd uit drie stappen, namelijk:

  1. Het ontvangen van training-gerelateerde signalen (mechanische stimuli)
  2. Het signaal overbrengen naar het commandocentrum (celkern)
  3. Reactie op het ontvangen signaal (bijvoorbeeld eiwitsynthese of eiwitdegradatie)22

Stap 1 – signaalontvangst

Tijdens de eerste stap ontvangt een cel informatie door fysieke en chemische veranderingen. Bijvoorbeeld een verandering in spanning en een verandering in de calciumionenconcentratie en andere moleculen. Ook ontvangen specifieke celreceptoren (de ogen en oren van de cellen) informatie via hormonen en neurotransmitters (signalen van het centraal zenuwstelsel). Een andere informatieontvanger die je wellicht eens bent tegengekomen is de mechanoreceptor. Laatstgenoemde is een van de belangrijkste receptoren voor spiergroei, maar ook een slecht begrepen informatieontvanger28. Hoe die precies werkt weten we niet en je hoeft de exacte werking ook niet te begrijpen, want dat gaat gepaard met veel moeilijke termen en moleculen. Het is een hypothese, die wellicht nog verandert naarmate er meer onderzoek naar wordt gedaan. Wat je wel moet begrijpen is dat cellen speciale informatieontvangers hebben en deze informatie verzamelen van meerdere bronnen. Wat ook slim is om te onthouden, is dat de informatieverzameling pas start op het moment dat die specifieke cellen worden geprikkeld, bijvoorbeeld door middel van krachttraining.

Stap 2 – signaaloverdracht

De tweede stap kun je vergelijken met de zenuwen die ontvangen informatie overbrengen naar het centraal zenuwstelsel. Alleen gebeurt deze informatieoverdracht nu voornamelijk door interacties tussen verschillende moleculen en eiwitten in de spiercel.

Stap 3 – reactie

De derde stap is in feite de reactie van onder andere de celkern op deze informatie, bijvoorbeeld eiwitsynthese (produceren van eiwitten), eiwitdegradatie (afbraak van eiwitten) of het afbreken van glycogeen voor energie. Glycogeen is de opgeslagen vorm van glucose in een cel.

Het belangrijkste is dat je nu weet dat je de spiercellen van informatie moet voorzien. Daarna gebeurt er van alles in die cel en als je het goed hebt gedaan wordt je beloond met spiergroei.

Je moet via krachttraining de spiercellen van informatie voorzien om te groeien. De spiercellen vertalen deze informatie om uiteindelijk extra eiwitten te produceren voor grotere spieren, mits jij de juiste informatie (trainingsprikkel) hebt verstuurd natuurlijk.

Referenties

  1. Wackerhage, H. (2014). Molecular exercise physiology: an introduction. Abingdon, Engeland: Routledge
  2. Hornberger, T.A. (2011). Mechanotransduction and the regulation of mTORC1 signaling in skeletal muscle. Int J Biochem Cell Biol, 43, 1267-1276.