Voordat ik dadelijk twee weken geen nieuwe artikelen schrijf, aangezien ik op vakantie ga, wil ik het volgende meegeven om over na te denken. Hoe reageren wij op training? Reageren we allemaal hetzelfde op trainingsstimuli of ligt het genuanceerder? Wat is het effect van media op wetenschappelijke resultaten? En zijn de wetenschappelijke onderzoeken representatief voor de gehele bevolking?

INVLOED MEDIA OP WETENSCHAPPELIJKE RESULTATEN

Deze zin heb ik van de week gelezen en gaf mij een lach op het gezicht. De spijker werd perfect op zijn kop geslagen. De vertaling is als volgt:

Wie heeft er ooit iets gelezen met de volgende strekking: “Dit programma zorgt voor x kilo toename in je squat na 2 maanden.” Bedenk je dat de zin er zo daadwerkelijk uit heeft gezien: “Dit programma kan zorgen voor een x kilo toename van je squat na 2 tot 4 maanden, voor iemand met X genen, leeftijd, trainingsniveau, omgevingsfactoren, herstel strategieën inclusief slaap, stress en voeding, zonder onderbreking van ziekten, virussen, blessures en factoren van het leven in het algemeen.”

Dit vind ik zo juist. Maar dit is ook wat de media doet. De media maakt van een heel groot onderzoek meestal één pakkende titel! Ik heb even het etiket van Pro Clinical Hydroxycut (PCH) erbij gepakt. Hierop staat onder andere dat een studie heeft uitgewezen dat je in 12 weken met PCH 20.9lbs (kleine 10 kilo) af kunt vallen en zonder PCH 1.7 lbs. Beide groepen volgden een negatief calorie dieet. Dit kan makkelijk als je een groep het met hele zware mensen en een groep met hele lichte mensen hebt bijvoorbeeld… Maar denk niet dat dit voor iedereen zulke resultaten oplevert. Ik ben wel benieuwd naar een onafhankelijk onderzoek naar al die ‘fatburners’.

WETENSCHAPPELIJKE ONDERZOEKEN

Er is een hoop verschil tussen individuen en hoe een lichaam reageert op training. Dat kun jezelf ook wel beredeneren als je eens goed om je heen kijkt in de sportschool. Iedereen ziet er anders uit. In de wetenschap krijg je op basis van je reactie op training een bepaald label: “high-responders, resonders, low-responders en non-responders”. Echter, in de meeste onderzoeken wordt er weinig kenbaar gemaakt over de individuele resultaten maar eerder het gemiddelde van de groep met een standaardafwijking.

Vaak lees je online discussies waarin mensen de wetenschappelijke resultaten naast hun eigen ervaringen (en reacties) leggen. Dit is niet ideaal en precies vanwege bovengenoemde klassen. Stel je voor dat een onderzoek bestaat uit 10 deelnemers die allen een 3 maanden durend trainingsprogramma volgen. Vijf van hen komen 5 ons aan, en de andere vijf deelnemers 3 kilo (30 ons). Het gemiddelde is 17.5 ons. Deze resultaten kun je dus niet extrapoleren  naar je eigen leven. Je kunt namelijk niet zeggen of je een ‘high-responder’ of een ‘low-responder’ bent bijvoorbeeld. Jouw resultaat zou dus heel anders kunnen zijn. Er is namelijk een ontzettende grote variëteit wat betreft reacties op trainingsstimuli.

Daarbij kiezen wetenschappers vaak ‘gemakkelijke samples’ in bewegings- en voedingsonderzoeken. Hiermee wordt bedoeld dat ze een groepje mensen kiezen die ‘gemakkelijk’ zijn gekozen om mee te doen. Een wetenschapper op een universiteit vraagt bijvoorbeeld aan 10 fitte mannelijke studenten van begin 20 om mee te doen aan een onderzoek (want die zijn lekker dichtbij en vaak beschikbaar). Natuurlijk zijn deze proefpersonen niet representatief voor de gehele bevolking. Het is maar een heel klein stipje op de ‘bevolkingstijdlijn’. Daarom moet je voorzichtig zijn met het ‘doorvertalen’ van wetenschappelijke resultaten!

LEES MEER WETENSCHAPPELIJKE ARTIKELEN OVER KRACHTTRAINING EN VOEDING

WIJ REAGEREN ALLEMAAL ANDERS OP TRAINING

Omdat de mens graag van hype naar hype leeft en graag precies wil doen wat de knapste instagram jongens en meisjes doen (want dan worden we net zoals hen) wil ik deze alinea er nog even achter plakken.

Het lichaam is een ongelooflijk gecompliceerde machine, die wordt beïnvloed door ontelbare interne en externe factoren (die bij iedereen anders zijn). Mensen reageren anders op trainingsroutines. We hebben, zoals vermeld, non-responders, low-responders, responders tot extreme-responders. Sommige mensen kunnen naar de gym gaan, 3 setjes bankdrukken en meer spiermassa opbouwen dan iemand die een volledige borst training doet.

Sommige wetenschappelijke studies naar hypertrofie (spiergroei) hebben een verschil tussen high- en low responders aangetoond van 500%! Dat betekent dat high-responders 4 tot 5 keer zoveel hypertrofie hadden dan de low-responders. Op exact hetzelfde programma.

CONCLUSIE

Hopelijk kijk je nu weer een stuk nuchterder naar training en voeding. Jouw lichaam is je eigen onderzoek. Kijk waarop je reageert en waarop je minder reageert. Misschien moet jij wel veel harder trainen dan een ander, en word je nog niet zoals je wilt. Als je er alles aan doet kun je jouw lichaam nooit de schuld geven! Want het mooie is, we zijn allemaal anders! En dat is maar goed ook.

VOEDING EN TRAINING VOOR EEN GESPIERD FYSIEK

De complete blauwdruk waarmee wij iedereen voorzien van een afgetraind lichaam, inclusief 14 voedingsschema’s en 8 trainingsschema’s vind je in Gym Bible 2. Deze kun je online bestellen! Een perfect boek om tijdens de zomer te lezen, zodat je na de vakantie nuchter aan de slag kunt en er volgend jaar nog scherper uit ziet!

REFERENTIES
Atherton, P., & Smith, K. (2012). Muscle protein synthesis in response to nutrition and exercise. The Journal of Physiology, 590 (5), pp. 1049-1057.
Davidsen, P.K., Gallagher, I.J., Hartman, J.W., Tarnoplosky, M.A., Dela, F., Helge, J.W., Timmons, J.A., & Phillips, S.M. (2011). High responders to resistance training demonstrate differential regulation of skeletal muscle microRNA expression. Journal of Applied Physiology, 110(2), pp. 309-317.
McGlory, C., & Philips, S. (2015). Exercise and the regulation of skeletal muscle hypertrophy. Progress in Molecular Biology and Translational Science, pp. 153-173.
Mitchell, C., Churchward-Venne, T., West, D., Burd, N., Breen, L., Baker, S., & Philips, S. (2012). Resistance exercise load does not determine training-mediated hypertrophic gains in young men. Journal of Applied Physiology, 113(1), pp. 71-77.
Tzur, A (2016). How we grow: anabolic signaling mechanisms, part 1. pp 1-56.

 

  • Readers Rating
  • Rated 5 stars
    5 / 5 (4 )
  • Your Rating